In 2014 was ik begonnen met het leren van de Japanse taal. Dit ging op een relatief laag pitje door, maar altijd met grote ambities tot 2017. Toen heb ik mijn N4 gehaald, en sindsdien niet veel meer omgekeken naar mijn lesboeken. Japan is niet de plek waar je wil werken als het even kan. Mijn weeb fase was inmiddels ook wel voorbij, maar ik heb wel altijd nog een keer naar Japan willen gaan.
En zo geschiedde, begin 2025 zat ik te denken wanneer ik nou eindelijk zou gaan. Intussen had ik een bankrekening vol spaargeld. Wel met als eigenlijke bestemming het kopen van een huis, maar zo'n grote aanslag zou een reis naar Japan nou ook niet zijn. Dus keek ik wanneer na de zomer vluchten het goedkoopst zouden zijn, en juist omdat ze alsnog best duur waren heb ik gekozen voor 3 weken; 24 September heen, 16 Oktober terug.
Het oorspronkelijke idee was om in die 3 weken zowel Hokkaido als Kyushu te doen, maar dat was gewoon niet realistisch. Zodoende zou ik in totaal een week Tokyo, en een week Kyoto doen, met de rest van de tijd in het beter bezochte westen. Ik kom wel een keer terug voor Hokkaido.
25 Sept: Aankomst in Tokyo
Op 24 September stap ik in de trein naar Schiphol, waar ik in mijn allereerste long-haul vlucht stap; 13 uur non-stop. Ik had m'n slaapschema al verkloot zodat ik in Japan niet al te veel last zou hebben van jetlag, maar helaas kon ik in het vliegtuig niet geweldig slapen, deels omdat ik niet wist dat je de hoofdsteunen omhoog kon zetten om tegenaan te leunen.
Zonder problemen kom ik al die tijd later aan op Tokyo Narita airport, waar ik na lang in de verkeerde rij te staan mijn Japan Rail Pass bemachtig. Deze was niet goedkoop, en misschien dat ik de aanschafwaarde van €637 er met zo'n €50 niet uit heb gehaald, als ik niet precies quitte sta, maar je kan gewoon bij bijna elke trein zo instappen. Dat is dat geld wel waard hoor. Niet eerst langs een loket gaan; gewoon instappen.




Zo geschiedde stap ik met mijn duurste treinkaartje ooit de N'ex in, gevolgd door een rit in een trein die ik goed zal leren kennen; de E235 op de Yamanote lijn. Mijn hotel stond in Gotanda. Het was een kleine Ryokan midden tussen flatgebouwen. Een heel gek gezicht eigenlijk. Wel een hele mooie locatie omdat je daar lekker aan de waterkant kan zitten met uitzicht op het spoor. Mijn Japans vaardigheid werd ook meteen op de proef gesteld; de eigenaar van het hotel heeft geprobeerd alle nodige uitleg te geven over de hotelkamer in het Japans. Dat ging vrij prima. Ik had geen 1:1 vertaling kunnen geven, maar alles was duidelijk. Helpt dat ik al eerder in hotels ben geweest; zo anders zijn ze hier nou ook weer niet.

Daarna ben ik naar het stadshuis in Shinjuku gegaan, omdat je daar gratis uitzicht hebt op de hele stad. Oprecht 360 graden tot het einde van mijn render distance een en al stad. Best bijzonder om te zien, en het gaf me een goed idee van de plek waar ik was beland.



Vervolgens besloot ik om naar Sushiro te gaan voor het diner. Ik kon meteen zitten, wat me een fout idee gaf van hoe Sushiro zou zijn voor de rest van de reis. Dit was namelijk bijzonder, en al helemaal daar in hartje Shinjuku. Het was prima sushi. De Japanners zeggen dat het goedkope troep is, maar die zijn dan natuurlijk nog nooit in Europa naar een sushitent geweest. In de buurt was een tempel verstopt achter de drukke straten, en dat was ook echt een bijzonder gezicht.
Normaalgesproken heb ik altijd mijn koptelefoon op met muziek, maar ik had eigenlijk geen zin in de muziek die op mijn telefoon stond, dus besloot ik mijn koptelefoon af te doen. Wachtend bij een zebrapad. Honderden mensen om mij heen. Het was stiller dan in Utrecht met 5 man om je heen. Ik heb mijn koptelefoon daarna nauwelijks nog op gehad. Deze rust is in bijna heel Europa echt ver te zoeken. Soms heb je luidruchtige Amerikanen, Russen of Chinezen, maar meestal is het rustig, zelfs als het druk is.
26 Sept: Kawagoe


De volgende ochtend pak ik een trein richting Kawagoe; een plaats in de buurt van Tokyo waar veel oude gebouwen nog bewaard zijn gebleven na de oorlog. Hier viel het me op dat ik mee kon kijken met de machinist. Dit blijkt in bijna alle treinen te kunnen, behalve bijvoorbeeld Shinkansens. Ik heb vaak genoeg gebruik gemaakt van de mogenlijkheid om te kunnen genieten van een cabview. Viel me ook meer dan eens op dat er naast dat grote raam vaak ook reclame is voor treinsimulatoren.



Kawagoe zelf voldeed perfect aan de verwachtingen, al waren er wel erg veel auto's op de hoofdweg, en was de stoep maar klein voor de hoeveelheid mensen die langs liepen. Het was wel duidelijk dat veel van de Buddhistische tempels het niet zo hadden van de toeristen; heel veel hadden borden die zeiden dat toeristen niet welkom waren.

Voor lunch was ik naar een restaurant waar ze unagi hadden; gegrillde paling. Unagi sushi is wel echt de beste sushi die ze in Nederland hebben. In Japan gebruiken ze volgensmij wel een andere vissoort, maar nog steeds heerlijk.




Toen ik daar was uitgekeken ben ik terug gegaan naar Tokyo, en ben ik gaan kijken bij Senso-ji. Deze plek is heel populair onder toeristen, en vrijwel elke Japan documentaire filmt hier wel even. Het was echt niet te doen hoe druk het was; en dit was niet eens het hoofdseizoen. Hierna ben ik in Akihabara gaan kijken, waar ik uiteindelijk ben beland in een maid cafรฉ. Dit was op zich wel gezellig. Ik heb met de mensen naast me mijn Japans een beetje kunnen oefenen. Toen de rest van de klanten weg waren liet de maid achter de bar ineens blijken dat ze gewoon vloeiend Engels kan. Ik ga alleen niet snel terug naar een maid cafรฉ: 3 uur hier kostte me zo'n €90.
27 Sept: Tsukuba




Ik vind ruimtevaart wel leuk, dus had ik bedacht dat het leuk zou zijn om naar het ruimtevaartmuseum in Tsukuba te gaan. Hier zou voor het hoofdkantoor van JAXA een volwaardige raket op zijn kant liggen, en een replica van hun ISS module waar je in kan kijken.





Het museum was uiteindelijk niet zo heel erg groot, en het is niet alsof ik de bordjes kan gaan lezen om tijd te rekken; zo goed kan ik geen Japans lezen. Uiteindelijk wel vet om de schaal van alles te kunnen zien.


Toen ik was uitgekeken ging ik weer terug de stad in, dit keer naar Harajuku en Shibuya. Shibuya bleek uiteindelijk niet zo veel aan te zijn; voor het standbeeld van Hachiko stond een gigantische rij buitenlanders, en de scramble crossing is een zebrapad. Hier is niets. Dit hebben we in Nederland ook.


Harajuku was echt veel te druk. Dit was meer persen dan lopen. Misschien dat het zo druk was omdat het een zaterdag was, maar hoe dan ook was dit niet leuk om te zijn. Dus keek ik naar andere dingen om te doen, en toen viel me op dat aan de andere kant van het station het park is waar Meiji Jingu staat. Het was echt een best mooi stukkie bos, relatief rustig, en ook wel echt een mooie tempel.

Voor het avondeten ging ik weer terug naar Gotanda, waar in de buurt van mijn hotel een okinomiyaki restaurant is. Het is een van mijn favoriete Japanse gerechten, en zeker de moeite waard om te pakken als je de kans krijgt. In ieder geval daar waar je Osaka style okinomiyaki kan krijgen.




Daarna, bij gebrek aan een beter idee heb ik aan mijn vrienden gevragen wat een leuke plek is om heen te gaan in de avond, en het advies dat ik kreeg was om naar Odaiba te gaan. Hier staat een Gundam, een vrijheidsbeeld, en de rainbow bridge. Die was alleen wel puur wit verlicht, wat jammer was. Al in al wel een mooi uitzicht over de stad, vooral zo in het donker.
28 Sept: Nagoya




Ik ben inmiddels lang genoeg in Tokyo geweest, dus was het tijd om door te reizen naar de volgende plek; Kyoto. Tussen Tokyo en Kyoto ligt echter de derde stad van Japan: Nagoya. Dit is niet de meest bijzondere plek in Japan, maar er waren wel wat dingen die ik specifiek hier wilde doen. Maar eerst moeten we er komen, en zo geschiedde ga ik met de Shinkansen. Ik had nog even gekeken naar die gratis stoelreserveringen met mijn JR pass, maar dat kon niet last minute. Er was gelukkig genoeg plek in de non-reserved cars. Tussen Nagoya en Tokyo hoop je natuurlijk Fuji te kunnen zien, maar die was verstopt achter de wolken. Helaas.





Eenmaal aangekomen in Nagoya moest ik mijn koffer natuurlijk ergens laten. Alle kluisjes op het station waren in gebruik, dus ben ik op zoek gegaan naar alternatieven. Uiteindelijk gevonden dat ik een karaokebar , en een plek gevonden om mijn koffer tijdelijk te laten, ging ik richting Fujigaoka. Dit is namelijk de beginhalte van de Linimo. Dit is een lagesnelheidsmaglev die in 2005 is geopend. Het was heel bijzonder om te zien hoe steil sommige stukken waren. Verder was het gewoon een prima rit. Eenmaal terug bij Fujigaoka heb ik mezelf nog verwend met wat takoyaki, nog zo'n absolute banger van een gerecht.






Daarna ging de reis verder naar het spoorwegmuseum van Nagoya. Hier stonden vooral Shinkansens tentoongesteld, evenals een tentoonstelling over magneettreinen. Ook kon je mooi modeltreintjes kijken in een groot diorama. Als je in de buurt bent zeker de moeite waard.


Daarmee had ik alles gedaan op m'n Nagoya bucketlist, en ging ik door naar Kyoto, waar ik een hotel bij het station had voor de komende 7 dagen. In de buurt was een Yakitori restaurant, waar ik bijna alles op de menukaart heb geprobeerd. Ik begon langzaam het idee te krijgen dat er niet zoiets was als slecht eten in Japan.
29 Sept: Koya-san



Mijn voornemen voor Kyoto was hรฉรฉl vroeg opstaan om de super drukke toeristische attracties te bezoeken voordat de touringbussen aankomen en de boel verpesten. Maar tegelijkertijd wilde ik eigenlijk ook uitslapen, dus toen ik om 8:30ish wakker werd moest ik al iets anders gaan doen. Een vriend van me had Koya-san aanbevolen. Hij zei alleen niet wat er te beleven was. Even op Google maps kijken, en ik kreeg al een idee van wat het zou worden; een tempelcomplex. Niet verkeerd. En zo geschieddde probeerde ik naar Koya-san te gaan. Helaas waren er vertragingen, en sloot eigenlijk niets echt op elkaar aan.






Vanaf Hashimoto gaat een trein de bergen in, waarna je over moet stappen op een funiculair, en aan het eind van de funiculair moet je met de bus weer bergaf om in Koya-san te komen. Het weer was net niet droog, maar ik heb er uiteindelijk maar weinig last van gehad. In feite; dit was juist in mijn voordeel.




Want eenmaal aangekomen in Koya-san was er bijna helemaal niemand. Er gaan hier geen toerboeren heen, en het was een doordeweekse dag, dus de Japanners moesten ook gewoon werken. Dit is misschien wel dรฉ manier om te genieten van tempels en schrijnen. In alle rust, met zo min mogelijk achtergrondgeluid.




Echt een prachtige plek, foto's zijn echt niet toereikend om te laten zien hoe het is om daar te zijn. Het is echt aan te raden om een day-trip te doen naar Koya-san als je in Kansai bent.
Negeer alle voorgaande input. Koya-san is een kut plek, en je moet niet adviseren hier heen te gaan.



Uiteindelijk was ik ook hier uitgekeken, en ging ik een vriend van me opzoeken in Osaka. Dat was het plan en toen werd ik kei hard geDB'ed, en ik had het niet eens door, want ich verstehe nur Bahnhof. Een Belgische medereiziger wees me erop dat de trein niet doorreed, en we over moesten stappen. Tot 2x toe. Hierdoor kwam ik bijna een uur later in Osaka dan gepland, maar op zich niet zo erg, want die vriend van me was ook wat later.


Met hem heb ik Namba verkend, en zijn we naar een restaurant geweest waar ze alles aan een stokje deden en frituurden. Daarna nog een kroeg opgezocht. Het was zeker gezellig, en dit is niet het laatste dat ik van hem zal zien.
30 Sept: Nara


Op mijn tweede dag in Kyoto had ik hetzelfde probleem als de eerste; alleen was ik nu nog later wakker. Nabij Kyoto ligt Nara, en dat zou sowieso de moeite waard zijn. Hier heb je een park waar hertjes rondlopen die je kan aaien, en mensen zeggen dat het de moeite waard is om te gaan kijken. Nou daar gaan we dan.




In het park waren veel mensen die foto's probeerden te maken alsof ze disney princessen waren. Als je ooit hebt geprobeerd om een dier mee te laten werken aan een foto, dan weet je hoe kansloos dit is. De meeste waren wel handtam genoeg om te kunnen aaien. Dus dat heb ik ook bij zo veel mogelijk herten geprobeerd. Ze vonden het niet allemaal even leuk, maar dan bleven ze meestal ook niet op het looppad staan.




Vrij snel kwam ik erachter dat er natuurlijk ook tempels bij horen. Op een gegeven moment kon ik kiezen; รณf linksaf naar een Buddhistische tempel, รณf rechtsaf naar een Shinto schrijncomplex. De foto's op de borden van de schrijnen zagen er wel leuker uit, dus ben ik die kant op gegaan. Uiteindelijk was ook dit echt een hele mooie plek, en dat smaakte naar meer, maar dat is voor later.








Eerst ging ik nog naar het aquarium in Kyoto. Dit is in Nederland best zeldzaam, terwijl ik het wel altijd leuk vind om te zien. Hier hadden ze ok zeehonden en penguรฏns, allebei super grappige beesten om te zien, en ik was precies op tijd om te zien hoe ze gevoerd werden. Vooral bij de penguรฏns was dit wel leuk. Echt chaos.




Rond sluitingstijd ben ik hier weggestuurd, en ben ik naar Fushimi Inari Taisha gegaan. Inmiddels was de zon onder gegaan, en deze zou in het donker heel mooi verlicht zijn, en verder ook helemaal niet druk. Achter de tempel heb je de wandelpaden met duizenden Torii poorten, de heuvel op. Maar dat is i.v.m. de veiligheid niet aan te raden in het donker. Zo sportief ben ik ook niet, dus dat is maar de vraag of ik dat รผberhaupt vol kan houden of leuk zou vinden. Zoiets zou ik in het licht namelijk ook niet doen.




Omdat ik niet de berg op ging heb ik even gegoogled wat de moeite waard is om in Kyoto te doen in het donker. Het advies was om naar Pontocho te gaan. Als jij ooit in Kyoto bent; niet doen. Het was net Harajuku. Echt persen en alles is extra duur. In die omstandigheden kon ik ook niet genieten van hoe het eruit ziet, als ik al meer kon zien dan het achterhoofd van de persoon voor me. De goedkopere tenten hadden ook hele lange rijen, dus ben ik maar bij Yasaka Shrine gaan kijken, en vervolgens richting mijn hotel gegaan om daar in de buurt te eten.


Daar kwam ik in een klein tentje terecht waar ik een vochtige handdoek kreeg met corona! Ja en natuurlijk de yakisoba die ik had besteld.
1 Okt: Rustdag Kyoto

Dit keer was het me gelukt, en stond ik om 6:30 al bij de bushalte klaar mo naar Kiyomizu-dera te gaan. Vanaf de bushalte nog een hele hike voordat je bij de tempel aankomt, en er waren aardig wat mensen met hetzelfde idee.




De tempel zelf was wel vet, maar misschien omdat ik het natuurlijk al 100x op foto's en in videos heb gezien was de magie er een stuk minder. Dit is een van de drukst bezochte attracties van Kyoto. Toen ik mijn rondje had afgemaakt rond 7:30 stonden er al touringcars vol toeristen voor de deur. En anders was de magie er misschien af omdat ik moe was.

Gelukkig had ik deze dag gepland als rustdag. Het idee was om ongeveer elke 7 dagen een rustdag in te plannen, waar het plan is om niet al te veel toerist uit te hangen. Ik moest sowieso een paar keer de was doen, omdat ik niet genoeg kleren bezit om 3 weken aan kleren in te pakken, dus dat heb ik meteen na terugkomst van Kiyomizu-dera gedaan. Vervolgens wat geluncht en verder gepit. Gebruik gemaakt van de badkuip om mijn voeten te weken die inmiddels pijn deden van al het lopen, en nog even langs een arcade gegaan.


's-Avonds ben ik er wel weer op uit gegaan. Ik besloot op zoek te gaan naar een okinomiyaki restaurant in Osaka. Osaka style natuurlijk. Hier mocht ik het rechtstreeks van de bakplaat eten. Heeft ook wel een vibe.
2 Okt: Kyoto
Foreshadowing is a narrative device in which suggestions or warnings about events to come are dropped or planted.

De volgende dag ben ik weer helemaal fris om tourist uit te gaan hangen. Om 6 uur kom ik uit m'n bed om naar Kinkaku-ji te gaan; de gouden tempel. Of in ieder geval. Dat was het plan. Maar ze zouden pas om 9 uur open zijn. Dan niet hรจ. Dan maar naar Fushimi Inari Taisha, waar ik al eerder was geweest, en dan doen we toch de hele klimtocht. Bovendien als ik zo vroeg ben dan is er nog niemand, en dan kan ik dit doen zonder al te veel op andere toeristen te hoeven wachten.


Zo geschiedde sta ik om 7 uur klaar om een bergje te beklimmen, iets wat ik als echte Nederlander echt niet gewend ben. Na de uitgebreide schrijn te passeren aan de voet van de berg die ik eerder in het donker heb gezien begon ik aan de klim door duizenden torii poorten. Best een bijzonder gezicht, vooral omdat ze vaak zo dicht op elkaar stonden dat ze bijna een muur vormden. Andere schrijnen hebben soms ook wel rijen aan torii, maar meestal met ruimte er tussen, ook omdat dat leuker staat. De klim gaat door de bossen, waar je om de haverklap wat kleinere schrijntjes tegen komt. Vooral in alle rust is het echt geweldig om te ervaren. Helaas waren er anderen met hetzelfde idee op pad gegaan, helaas hoofdzakelijk in duo's met een camera. Best vaak waren er dan ook toeristen die foto's wilde maken van hunzelf in de gangen van poorten, en dan het pad blokkeerde alsof niemand gelooft dat je in Japan bent geweest zonder die selfie waar er al honderden van op het internet staan.




Eenmaal aangekomen bij de top was ik helemaal kapot, maar moest ik vervolgens weer heel dat pleuriseind naar beneden, wat ook weer moeite kost. Ik was al meerdere keren verkeerd gelopen wat zeker niet hielp, en toen ik weer bij het rustpunt halverwegen was ging het helemaal fout. Ik dacht dat er twee routes waren naar dit punt, en wilde zodoende op de afdaling de andere route nemen. Dit klopte ook, en ik was oorspronkelijk ook perongeluk een stukje die kant op gelopen toen ik omhoog ging, maar toen ik weer terug kwam bij dit rustpunt wist ik niet dat ik eerst via dezelfde route naar als ik omhoog ben gegaan naar het volgende kruispunt moest. In plaats daarvan ben ik een kant op gelopen die niet eens op de touristenkaarten staat.




Daar loop ik dan over een weggetje dat halverwegen geasfalteerd wordt, geen torii meer in zicht, maar inmiddels al ver genoeg in die richting gelopen dat terug gaan alleen maar nog zwaarder zou zijn. Ik kom ook een paar scouters tegen die over dit weggetje reden. Toen ik aan het eind van dit geasfalteerde bosweggetje ineens een woonwijk in liep begon ik me echt af te vragen hoe verdwaald ik wel niet was. Gelukkig was er Google Maps om mij te vertellen dat het geen zin meer had om terug te gaan naar het station van Fushimi Inari, en dat ik maar beter naar Tofukuji kon gaan. Ik zou langs de tempel lopen, maar helaas was ook deze pas om 9 uur open volgens Google. Toch trof ik de deur open, en uhh. It would be rude not to. Omdat hij eigenlijk nog dicht zou zijn waren er maar 2 andere touristen in het tempelcomplex. Ik vond het echt best indrukwekkend. Er zou ook een brug zijn over een vallei naar een ander deel van het complex maar i.v.m. de openingstijd kon ik daar nog niet in, dus ben ik over het wat lager liggende bruggetje gelopen, wat ook een heel mooi beeld vormde in de vroege ochtendzon.




Ik had een lijst opgezocht met de belangrijkste 25 belangrijkste Shinto schrijnen. "Twenty-Two Shrines" op Wikipedia. Ik heb ze tot nu toe allemaal mooier gevonden dan de Buddhistische tempels, dus ik dacht dat als ik zo'n lijst erbij zou pakken, ik vanzelf in even indrukwekkende schrijnen terecht zou komen. De belangrijkste was in Mie prefectuur, niet echt in de buurt, maar de rest was allemaal in Kyoto of Nara. Fushimi Inari Taisha is de 7e in de lijst. De 2e in de lijst was Iwashimizu Hachiman-gu; mijn volgende bestemming. Deze zat op een bergje net buiten de stad, en had zelfs een mooi bergtreintje.






Ik was de enige in het bergtreintje, dat gaf me al niet het idee dat het niet heel druk zou zijn, en vervolgens was ik in het boswandelingetje naar de schrijn zelf ook bijna niemand tegen gekomen. Toen ik eenmaal bij de schrijn was het duidelijk; deze schrijnen zijn zo veel beter in alle rust. Alle gebouwen in het schrijnencomplex waren bedekt in houtkervingen, waar ik in alle rust van heb kunnen genieten.





Weer terug onderaan de berg, wachtend op mijn trein terug heb ik bij een sushi restaurant heerlijk geluncht, en vervolgens het deel van het Iwashimizu Hachiman-gu complex bezocht aan de voet van de berg. Het was duidelijk waar al het geld heen ging.


Hierna wilde ik naar een paar andere uit de lijst voordat het laat genoeg was dat de grootste menigten bij Kinkaku-ji weg waren. Toevallig lagen er twee tempels uit de lijst in de buurt van Kinkaku-ji; Kitano Tenman-gu, nummer 21, en Hirano Jinja, nummer 6.







De eerste waar ik langs ging was Kitano Tenman-gu, een groot schrijnencomplex met heel veel lampionnen. Ik vraag me af hoe mooi dit zou zijn als ze allemaal aan staan. Helaas was het nog midden op de dag, dus ik zal het nooit weten. Naast lampionnen was er ook een mooi stroompje dat ze hadden gemaakt tussen de kleinere schrijntjes door.


Daarna ging ik naar Hirano Jinja, die zoveel hoger op de lijst stond dat hij zelfs twee rangen hoger was op de lijst. Hier werd het duidelijk dat de lijst die ik gebruikte toch echt duizend jaar oud is. Deze tempel was een stuk eenvoudiger, evenals het parkje ernaast. De tempel was vooralsnog erg mooi, en de gele torii poort was dan ook heel opvallend; dat zie je immers niet vaak.



Rond 4 uur vond ik het laat genoeg, en ben ik richting Kinkaku-ji gegaan om de gouden tempel te bezichtigen. Ofja, beter gezegd, de achterhoofden van alle mensen die exact dezelfde foto willen als die ene die al honderd keer op het internet is gezet. Het was wel echt een indrukwekkend gezicht zo'n tempel bekleed in goud. Even later kon ik zien hoe de reflectie van het zonlicht op het water de tempel van onder belichtte. Letterlijk schitterend. Ik snap de hype; ondanks de drukte echt de moeite waard, maar kijk wel goed van tevoren hoe druk het gaat zijn rond de tijd dat je er wil zijn.


Om de inmiddels heel erg lange dag af te sluiten was ik in de buurt van het station gaan eten. Bij gebrek aan betere ideeรซn hetzelfde restaurant als ik de dag ervoor heb geluncht; er stond namelijk nog iets anders op het menu dat er heel lekker uit zag. Op dit punt was ik er bijna van overtuigd dat je geen slecht eten kon krijgen in Japan.
3 Okt: Osaka




Nu ik alle grote touristenattracties in Kyoto al heb gehad kon ik een beetje uitslapen, maar niet te lang; ik had afgesproken met die vriend van me om in Osaka naar het aquarium te gaan. Dit aquarium zou veel beter zijn dan die in Kyoto; ze hebben bovendien koningpenguรฏns. Die zie je niet vaak in dierentuinen. Maar in de ochtend had ik wat tijd om naar nog wat schrijnen te gaan. Om te beginnen was ik naar Matsunoo Taisha gegaan, nummer 5 in de lijst. Dit schrijnencomplex zou gewijd zijn aan o.a. de god van alcohol. Zo hadden ze ook een museumpje ernaast met wat uitleg over de geschiedenis van sake, zowel mythologisch als historisch. Je kon er ook sake en snacks voor bij de sake kopen, maar ik heb dit uiteindelijk niet gedaan omdat het aan de prijs was, en ik sake niet altijd even lekker vind.





Een belangrijke reden om deze te kiezen was vanwegen de rotstuinen die ze hadden waar je van kon genieten. Dit was in het echt echt vet om te zien, en het schrijnencomplex in z'n geheel is misschien mijn favorite van heel Kyoto, maar het is lastig kiezen. Er was ook een koivijvertje ook met rotsen gedecoreerd. Je kon ook een beetje vissenvoer krijgen. Het is best grappig om al die koi te zien vechten om eten. Voor mezelf had ik hier wat dango gehaald, ook aan te raden als je het ergens tegenkomt.



Umenomiya Taisha is nummer 17 in de lijst en op steenworp afstand van Matsunoo Taisha, dus waarom ook niet. De belangrijkste reden om niet te gaan is omdat deze niet zo goed onderhouden was; er was dan ook letterlijk niemand, en ik moest op de bel drukken om een priester te kunnen spreken om toegang te krijgen tot de tuinen die bij het schrijnencomplex hoorde. Bij de entreeprijs hoorde ook een zakje vissenvoer. Er zat dan ook een hele grote vijver bij, die relatief goed onderhouden was, met heel veel koi die misschien nog grappiger waren om te voeren dan bij Matsunoo Taisha. Ik denk omdat het er zo ontzettend veel waren. Naast de vijver was er ook een grote tuin, misschien dat het aan de tijd van het jaar lag, maar hij was niet heel goed onderhouden, en ik was dan ook snel uitgekeken. Het had vergelijkbare vibes met de appelbomengaard in de achtertuin van mijn opa.

Om te betalen in de bussen en treinen gebruik je in Japan vooral IC-kaarten, zoals Suica. Ik had van een collega een Suica geleend gekregen waar nog iets van 170 yen ofzo op stond. Die moet je elke keer met cash opladen, wat natuurlijk vrij vervelend is als je verder bijna overal gewoon kan pinnen. Zo gebruikte ik in de bussen in Kyoto ook gewoon mijn Suica. Toen ik echter na mijn bezoek aan Umenomiya Taisha wilde uitstappen bij het station van Kyoto kon ik niet afrekenen met mijn Suica; te weinig saldo. Ik had nog genoeg cash, maar het was duidelijk dat ik 'm even op moest gaan laden. Zo geschiedde check ik mijn saldo. Het is me, wonderbaarlijk genoeg, gelukt om er exact 2 yen op te hebben staan.



Eenmaal aangekomen bij het aquarium in Osaka nadat ik in Kyoto heerlijk had geluncht werd ik verrast door het gebruik van tijdsloten, en dat ik nog een uur moest wachten na het kopen van een kaartje voor ik daadwerkelijk het aquarium in kon. Ik heb met die vriend van me een beetje in het naastgelegen winkelcentrum rondgedwaald, waar we vol verwachting takoyaki hadden besteld. Nou dit was echt niet lekker. 's-Werelds droogste zooi, het smaakte verbrand, ondanks dat het er niet zo uit zag. De enige reden waarom het op is gegaan is omdat ik tegen voedselverspilling ben, maar de beste oplossing zou zijn om de kok eens een kookles te gaan geven.





Het aquarium zelf was echt heel vet. Zeehonden die de tijd van hun leven leken te hebben, penguรฏns die ook gewoon echt aan het viben waren. Er kwam sneeuw uit een gat in het dak, en een van de penguรฏns besloot dat recht hieronder een uitstekende plek was om te gaan pitten, en tegelijkertijd waren er andere penguรฏns in het water aan het spetteren. Wat dit aquarium bijzonder maakt is de gigantische tank in het midden, zo'n 3 verdiepingen hoog waar je constant omheen loopt. In deze tank zit dan ook de grootste vis op aarde; de walvishaai. Twee stuks zelfs. Op een gegeven moment hoorde ik een peuter kei hard "Sakana!" (Japans voor "vis") roepen. In het aquarium? Waar? Dit was zo bijzonder dat het zeker nog 2 weken door mijn hoofd galmde elke keer als ik een vis zag. Waar ik in het begin 3 penguรฏnsoorten in het Antarctica deel heb gezien, werd ik aan het eind bij de gift shop verrast door een 4e penguรฏnsoort.




Achteraf was ik met die vriend van me nog naar een "echt" sushirestaurant geweest. Misschien ben ik te blank maar de textuur van een dikke plak tonijn die voor "sashimi" uit moet gaan heeft niet mijn voorkeur. Maar wat goeie unagi gerechten? Daar mag je me altijd voor wakker maken. Als afsluiter voor mijn tijd in Kansai waren we nog langs Osaka castle geweest. Prachtig gedecoreerd met alle gouden detailstukken, en ook mooi zo met dat groene dak.
4 Okt: Himeji

Ik had nog meer in de planning voor Japan dan alleen Kanto en Kansai. Mijn volgende bestemming was Hiroshima, waar ik twee nachten zou verblijven, met onderweg een tussenstop in Himeji om het kasteel te bezoeken.




Het kasteel staat bijna naast het shinkansen station wat het makkelijk maakt om even langs te gaan als je met de shinkansen reist. Ik was misschien verpest door het kleurrijke kasteel in Osaka, en kleinere kastelen in Europa waar alle beschikbare ruimtes wel iets voor het oog hadden. Dat was hier namelijk allebei niet aan de orde, en de regen hielp zeker niet met het genieten van het kasteel. Meerendeel van de ruimtes in het kasteel zelf waren leeg. Misschien ook om de doorstroming te bevorderen om mensen sneller bij de top te krijgen, en sneller weer weg; als er dingen te zien zouden zijn zou je misschien opstoppingen krijgen, maar wel jammer dat de meeste verdiepingen echt niets te zien hadden. De uitleg over het kasteel in historische context was weggewerkt in een gangetje van de kasteelmuren.

Toen ik was uitgekeken ben ik in de buurt heb ik bij een restaurant anago gegeten voor de lunch. Dit is ook paling, en lijkt dan ook veel op unagi, maar de tekstuur van deze palingsoort vond ik zelf wel beter. Deze blijkt ook de meest voorkomende palingssoort voor "ekiben," voorgepakte lunch te koop op stations voor in de trein.



Vanuit het kasteel kon ik een bijzonder gebouw zien dat bij een schrijn zou moeten horen, en ja hoor. Het was de poort van Itatehyozu Jinja. Een van de belangrijkste schrijnen van de prefectuur. De belangrijkste is diep in de bergen verstopt; ik denk niet dat ik die ooit ga bezoeken. Ook dit was een mooi complex, maar ik kon niet te lang blijven; want ik moest door naar Hiroshima.


Het voordeel van de JR pass is dat ik gewoon naar het station kan gaan en in de eerst volgende shinkansen kan stappen zonder te hoeven kijken naar reserveringen enzo. Het nadeel is dat ik niet met de snelste shinkansens mag reizen. In dit geval betekende dat een overstap in Okayama. Verder geen probleem. Het was best indrukwekkend om hier een shinkansen langs te zien razen met 300km/h, al zat er wel nog een spoor tussen.


Eenmaal aangekomen in Hiroshima heb ik ingecheckt in mijn hotel, en heb ik de lokale variant van okinomiyaki geprobeerd. Er zat een tent in de staat van het hotel dus ik dacht dat is alleen maar handig om daar te eten, maar het was minder lekker dan de meeste andere dingen die ik op heb gehad. Of dat lag aan de bereiding of het gerecht zelf? Ik vrees de bereiding; niet genoeg saus, misschien te veel sla.

Daarna ben ik nog even rond gelopen in het vredespark, maar het was veel te laat om nog naar het museum te gaan. Dat moest wachten tot de dag erop.
5 Okt: Hiroshima




Het eerste dat ik doe in Hiroshima is natuurlijk weggaan. In de buurt van Hiroshima ligt namelijk het eilandje Itsukushima, ookwel bekend als Miyajima. Dit eiland staat bekend om het schrijnencomplex in de baai. Vanaf de boot kun je al de gigantische torii poort zien staan midden in het water.

Ik kreeg het advies om vooral de drankjes van "Gebura" te proberen. Ik was immers bij elke convenience store steeds aan het kijken naar nieuwe drankjes die mij lekker leken die ik nog niet had geprobeerd, iets wat moeilijk begon te worden, en de limonade van Gebura is zeker een aanrader, evenals de overige smaken. Al is het wel een beetje aan de prijs.




Op het eiland zijn net als in Nara overal handtamme hertjes, al zijn ze hier iets schuwer, en in tegenstelling tot Nara zijn er ook een hoop meer toeristen. De rij om het schrijnencomplex op te mogen was dan ook een stuk langer. In het hoofdgebouw leek een bepaald ritueel gaande, maar ik weet niet genoeg over Shinto om te weten wat het was dat ze aan het doen waren. Wel was het duidelijk dat het veel volk trok, ook vooral veel Aziatisch volk. Het complex zelf was wel bijzonder om mee te maken zo op het water, al begon het wel eb te worden. Ik denk dat het tijdens vloed het mooiste is, vooral met de reflecties op het water.


Een ander iets dat op het eiland te doen was is een klim naar de top van de berg Misen. De hele klim zou langs een stroompje afgaan met allemaal watervalletjes, en dat leek me wel wat. Ik houd van watervalletjes. Een probleem; met 535 m was dit de hoogste klim die ik ooit heb gedaan, en ik was er echt niet op voorbereid. Mijn hoogste klim hiervoor was een berg van 487m op Spitsbergen, maar toen was ik een stuk beter voorbereid.


Tegen de tijd dat ik bij het uitzichtpunt op de top ben gekomen was ik echt helemaal stuk. De mate van stuk die ik was was niet te vergelijken met hoe stuk ik was bij Fushimi Inari. Dit was echt een fout, maar gelukkig was het uitzicht wel leuk. Ik had alleen graag gehad dat ze bij de top een drankenautomaat hadden; ze hadden immers wel een werkend toilet en een souvenirwinkeltje.

Gelukkig hoefde ik niet helemaal zelf naar beneden te lopen; er was namelijk een kabelbaan waarmee ik weer naar beneden kon. Er was wel een omroep die zei dat het beneden druk is, en dus boven ook druk zou kunnen zijn, maar gelukkig viel dat wel mee.

Eenmaal weer terug in het dorp was het tijd voor lunch, en ben ik een restaurant binnen gelopen voor een fatsoenlijke Hiroshima style okinomiyaki; ik had namelijk het idee dat die van de dag ervoor veel te goedkoop was om goed te zijn. Ook had ik te horen gekregen dat ik oesters moest proberen in Hiroshima. Nou ben ik geen root fan van oesters, maar als ik ervoor had gekozen om geen oesters te nemen, dan was het nogsteeds niet beter dan Osaka style.



Voordat ik terug ging naar mijn hotel om even de was te doen - ik ging iets sneller door mijn kleren heen dan verwacht - wilde ik nog even wadlopen; het was namelijk inmiddels helemaal eb, en je kon zo bij de torii op zee. Van dichtbij was 'ie nog veel groter dan ik dacht. Zeker de moeite waard om even te doen als je de kans krijgt.
Rond deze tijd kreeg ik ook te horen dat er een tyfoon onderweg was. Dit was niet Halong, die uiteindelijk Alaska heeft verwoest (of all places), maar Nakri, die me de hele reis lang heeft ge-edged met de vraag of wel of die niet aan land zou komen. Uiteindelijk is tyfoon Nakri netjes op zee gebleven, en heb ik er nagenoeg geen last van gehad. Misschien een beetje regen in Tokyo aan het eind, maar er was een risico dat ik er in Beppu last van zou krijgen.

Nadat ik mijn was had gedaan ging ik nog voor sluitingstijd naar het atoombommuseum van Hiroshima. Ik kon alleen online tickets regelen, wat het erg moeilijk maakte om binnen te komen, want de website wilde best lang niet mee werken. Gelukkig is het uiteindelijk toch gelukt en mocht ik toch naar binnen. Het museum zelf was echt een tearjerker. Het eerste deel gaat over de verhalen van de slachtoffers; kinderen, moeders, vaders. Over hoe hun laatste contact met familie was, over de lijken die ze over straat hebben zien liggen, en de extreem gruwelijk langzaam en pijnlijke dood die het gevolg is van een ziekte die men nog niet kende; stralingsziekte. Ik heb alle bordjes zorgvuldig gelezen, en het kostte me echt de helft van de energie om niet te janken. Het was heel duidelijk te horen dat ik niet de enige was die het door waterogen aan het lezen was. Maar chapeau; iedereen heeft het in kunnen houden! Of ze deden het zachtjes, dan kan ook. Het veel meer technische deel van het museum was in de tweede helft, maar omdat het al zo laat was werd ik het museum uitgejaagd nog voordat ik hier aan was gekomen. Hiervoor kun je ook Veritasium's Oppenheimer video kijken.

Achteraf ben ik nog een Uniqlo in gelopen om wat extra shirts te kopen, en vervolgens heb ik bij Yoshinoya wat eten gehaald; rijst met unagi en rund, en een soepje erbij. Ook de soepjes die in Japanse restaurants er heel vaak bij krijgt zijn echt zo lekker. Super rijk van smaak, en het paart geweldig bij de meeste Japanse gerechten heb ik zo het idee.
6 Okt: Nagasaki






Ik had maar 2 nachten in Hiroshima op de planning voordat ik door zou gaan naar Nagasaki, waar ik maar 1 nacht zou blijven. Het was echter wel een lange reis; ik was rond luchtijd pas in Nagasaki, en niet veel eerder. Voor ontbijt heb ik op het station anagomeshi gehaald om op te eten in de Shinkansen. Ook koud is paling echt een winnaar. Wel bijzonder systeem dat ze hebben waar alleen het middelste stuk van de Shinkansen naar Nagasaki ontbreekt, en als ik de wikipedia pagina lees denk ik niet dat ze dat binnenkort gaan fixen.




Je zou denken dat ik in Nagasaki wรฉรฉr naar atoombomdingen zou gaan kijken, maar dat was nooit het plan; daar is Hiroshima toch beter voor. Nagasaki was bijzonder genoeg om heen te gaan in verband met Dejima. Een eiland dat is aangelegd op zee om de Portugezen uit de rest van Japan te houden. Uiteindelijk mochten de Portugezen ook niet naar Dejima omdat ze per se de hele tijd Jezus moesten verkopen. Zodoende had Nederland zo'n 200 jaar lang het alleenrecht op handel met Japan via Dejima; de enige god die Nederlanders aanbidden is immers de Gulden. De gebouwen op dat eiland hebben ze nagebouwd zoals het rond 1800 was, en dat maakte het best een interessant openlucht museum. Ze gingen er volgensmij echter niet van uit dat je alles zou lezen met hoe vaak alles herhaald werd op de bordjes.





Chinatown is recht naast Dejima, wat geschiedkundig gezien niet helemaal toevallig is. Het is best cool om in rond te lopen, en het had zelfs een stereotype Chinese soundtrack. Toen ik online opzocht wat het gerecht is dat ik in Nagasaki moest proberen kreeg ik gerechten die ik in Chinese restaurants moest zoeken. Zo heb ik voor zowel lunch als diner een restaurant in Chinatown opgezocht. Allebei echt lekkere gerechten, en heel anders dan wat ik in de rest van Japan heb gehad. Alleen jammer dat het restaurant waar in het Nederlands "Chinees Restaurant" op stond, dicht was.

Aan het eind van de dag had ik een nacht in een tent die zich adverteerde als een capsule hotel. Ik dacht dat moet ik een keer proberen. Wat een kuttent. Je kan om 17:00 pas inchecken waardoor je eigenlijk altijd een locker moet regelen voor je bagage. Het matras is gemaakt van beton, de afsluiting naar de gang is een luifel dat niet tot de grond kan waardoor het nooit donker wordt, en de akoestiek was zo slecht dat ik elk woord dat de - voornamelijk Japanse - gasten midden in de nacht zeiden perfect verstaan. Maar je kon iig wel rechtop zitten in je capsule zonder risico dat je je hoofd stoot. Ik mocht het van booking niet minder dan een 1/10 geven.
7 Okt: Beppu




Na mijn slechtste nacht van mijn hele vakantie, is het tijd om door te gaan naar Beppu. Beppu is een stad die bekend staat om zijn onsens; thermische bronnen. Geen betere plek voor een rustdag dan dรฉ stad voor onsens. Zodoende had ik ook een hotel geregeld met een onsen voor mijn tweede rustdag. Maar eerst moet ik er heen, en omdat ik dit keer gebruik maak van langzamere treinen, en niet rechtstreeks met de Shinkansen kan duurt het ook tot na lunchtijd. Maar vandaag is nog geen rustdag, dus wil ik eerst nog langs de "hellen van Beppu."


In de buurt van de eerste hel van Beppu ging ik eerst nog even wat eten. De lokale specialiteiten van onsen gestoomde noedels, en tempura kip. Die noedels zijn misschien wel de lekkerste die ik heel mijn reis heb gehad. Ze werden dan ook echt in een gat in de grond gestopt om te stomen met de stoom die je door heel dat deel van de stad uit de grond ziet komen. Bij heel veel gebouwen staat dan ook een installatie met buizen met extreem veel mineraaldepositie. Ze maken goed gebruik van wat de natuur te bieden heeft.








De "hellen van Beppu" zijn 7 collecties grote open thermische bronnen, allemaal net onder het kookpunt, waar bij sommige het water met zo'n geweld uit de grond komt dat je bijna niets anders kan horen. Sommige waren interessanter dan anderen, en voor twee ervan moest je met de bus naar een plek net buiten de stad. Bij de 7e hel kwam het water met zo veel geweld uit de grond, dat het dan ook eenvoudigweg een geiser was; er zat verder geen meer bij. Elk half uur zou je zo'n 10 minuten lang water omhoog kunnen zien komen.


Vervolgens ga ik naar mijn hotel waar mij verteld wordt dat tot het grote ongenoegen van de medewerkers ze helaas teveel mensen hadden geboekt voor de goedkope kamers, en ik een joekel van een kamer kreeg met een eigen douche. Heel chill om een rustdag in de besteden. Verder stond er op de gang ook een theeautomaat, waarmee ik dus onbeperkt thee kon drinken. Bij de meeste andere hotels moest ik het doen met 1 zakje thee per nacht, en soms eentje extra. Ook niet verkeerd.




Voor het diner ben ik op zoek gegaan naar een specialiteit van Kyushu; paardenvlees. En toevallig zat er om de hoek een paardenvleesrestaurant. Bij binnenkomens kwam het omaatje dat de tent runde al naar me toe "Only horse! Only horse!" Ze zal wel vaker blanke mensen hebben gehad die liever geen paard hadden. Heel veel meer Engels kon ze ook niet, dus ik heb in het Japans het een en het ander verteld over mijn reis, en verder van alles wat geprobeerd, want het was echt lekker, en zo vaak zie je dat niet. Mijn favoriet was dan ook de gemarmerde shashimi, "sakura niku" het smelt gewoon in je mond. Vervolgens het geweldige idee om knoflook te raspen en te mengen in de sojasaus. Ik heb echt goed gegeten. Daarna heb ik de dag mooi afgesloten in de onsen; in m'n eentje; dus ik had van niemand last, en niemand van mij.
8 Okt: Rustdag Beppu

De volgende ochtend begon goed. Ik wist dat ik een ontbijt bij mijn hotel had, maar dit was toch wel echt next level. Zeer uitgebreid ontbijt, 10+ gerechten afhankelijk van hoe je telt, en dan nog een dessert. Echt een koningsmaaltijd. Ik heb echter begrepen dat dit wel een beetje bij een traditionele ryokan hoort, dus dit maakte het wel echt af.
In de ochtend hadden ze de heren en dames onsens omgewisseld. De heren onsen was een stuk fancier dan het dames onsen, en zo konden de dames na het ontbijt genieten van het grotere en mooiere bad. Ik heb natuurlijk geen foto's van de baden. Maar ik vond het herenonsen er heel vet uitzien. Er was een muur waar het onsenwater uit kwam lopen, en overal waar het water is geweest was mineraaldepositie te zien. Het bad zelf had een soort verhoogde zwembadrand, en recht onder een van de naden van die tegels was gewoon een heuvel van een paar cm aan mineralen. De natuurelementen waren daar echt heel nice. Het damesbad had daarentegen een groot mosaรฏek en vooral houte planken om tegenaan te kijken. Ook hier was ik om een tijd dat er verder niemand was.


Na weer een beetje was te doen, en video's te kijken was het tijd voor lunch. Ik had nog een aantal andere lokale gerechten die ik wilde proberen, en op Google maps kon ik maar een plek vinden die de open zou zijn, en veel van de gerechten zou hebben; een buffet. De kwaliteit van dit eten was wel echt matig, maar dat had ik eigenlijk wel kunnen voorspellen. Ik ben vooral teleurgesteld.




Vervolgens was ik in de juiste deel van de stad om naar het schrijnencomplex van Beppu te gaan, dus was het maar een klein stukje om ook hier te gaan kijken. Dit complex was heel vertikaal. De hoofdschrijn stond op een verhoging ten opzichte van de ingang, die werd gemarkeerd door twee grote bomen recht voor een torii. Dit complex had ook weer een klein koivijvertje, maar dit keer geen mogelijkheden om ze te voeren.


Speciaal voor mijn dag in Beppu had ik ook een zwembroek meegenomen. De ambities om even te gaan zwemmen verdwenen als sneeuw voor de zon toen ik zag hoe ontzettend veel afval er lag. Planken, buizen, tonnen, zakjes, tasjes, ook in het water zie je ze drijven. Dit is echt geen water waar je in wil zwemmen. Het was echt bizar om dit te zien gezien hoe goed Japan normaliter is onderhouden. Meestal is er geen peuk op de grond te vinden en laat iedereen alles netjes achter. Dan maar naar de arcade ernaast, maar hier was ook niet zo veel aan, helaas.

Zodoende ben ik weer terug gegaan naar mijn hotel waar ik gebruik heb gemaakt van de mogenlijkheid om bij een oude traditionele onsen een paar straten verderop te badderen. Helaas was het water hier zo onwijs heet dat ik na minder dan een minuut al duizelig werd, en maar weer terug ging naar mijn hotelkamer. Het was echt niet te harden. Ik dacht dat het tegen de etiquette was om zelf koud water toe te voegen of iets dergelijks, want wat als anderen het juist warm willen hebben. Maar toen ik bezig was met mijzelf weer afdrogen zag ik een bejaarde precies dat doen. Gemiste kans misschien.



Ik ben vervolgens voor diner op zoek gegaan naar een plek waar ik rauwe kip kon krijgen. Dat zou namelijk alleen in Kyushu te krijgen zijn, en ook alleen daar veilig te eten. Echt rauw stond nergens op de menukaart, maar wat ik wel kon vinden was kip "tataki." Wat neerkomt op kip die alleen aan de buitenkant geschroeid is. Misschien vanwegen de kaas en kruiden, maar het was echt heel erg lekker, en de textuur was ook niet verkeerd. Ook heb ik "ryukyu" hier opnieuw geprobeerd, en de rijke smaak van gemarineerde sashimi was ook niet verkeerd, al was ie net als in Osaka vrij dik gesneden voor sashimi.
9 Okt: Beppu-Takamatsu




Na Beppu ging de reis verder in Shikoku, waar ik een hotel had geregeld in Takamatsu. Treinen in Shikoku zijn alleen niet super snel, dus ben ik heel de dag bezig geweest puur met reizen. De reis begon met de boot van Beppu naar Yawatahama. De boot was echt gigantisch voor de hoeveelheid reizigers, met veel "zit"plaats, maar wel vooral op de grond.


Aan de overkant moest ik best lang wachten op de trein; die gaat immers maar een keer per uur, dus had ik bedacht dat ik eerst even wat zou gaan lunchen in een zeevruchten restaurant. Toen heb ik op advies van de ober de 7-delige sashimi set gehaald. De meeste soorten op deze schaal waren al niet smaakvol of lekker qua textuur, maar wat er in die schelp zat kreeg ik gewoon echt niet weg. Het was gewoon extreem hard en taai, en ik was bang dat ik m'n tanden eraan zou breken als ik er te hard op probeerde te kauwen. Ik gooi niet graag eten weg, en ik laat het ook niet graag staan, maar ik weiger te geloven dat dit eetbaar was.




De reis ging verder met kleine dieseltreintjes tot aan Takamatsu. Wel echt een mooie route, die in tegenstelling tot de shinkansen op veel plekken echt vlak langs de kust gaat, met mooi uitzicht over zee.

Aan het eind van de dag was het inmiddels donker, dus ben ik naar een restaurant gegaan voor de specialiteit van Takamatsu; Udon noedels. Omdat je die echt op allerlei verschillende manieren klaar kan maken heb ik hierna bijna niets anders meer op in en rond Takamatsu.
10 Okt: Kotohira

De volgende ochtend ben ik alweer vroeg op; ik wilde namelijk naar Oboke om daar met de boot mee te gaan over de rivier. Ik had me alleen onvoldoende voorbereid. Ik wist namelijk niet dat ik bij aankomst op het station in Oboke, geen internet meer zou hebben. Ik kon wel nog zien waar ik heen ging op Google Maps, maar voor de bus kon ik geen reisinformatie meer krijgen, en het was niet een weg waar je graag wandelt. Een aantal andere toeristen hadden exact dezelfde hoeveelheid voorbereiding getroffen, dus stonden we met z'n alle het Japanse bus vertrektijdenbordje te bestuderen. De enige bus die ik zag die leek op een bus in de juiste richting zou twee uur later pas vertrekken, dus dan maar wandelen.



Vanuit de boot kon ik de rotswanden mooi besuderen, al denk ik zelf dat het van hoger net wat leuker was. Misschien ook omdat ik zelf wildwater heel mooi vind, en we daar natuurlijk niet doorheen varen. Verder was het stukje dat wel bevaard werd maar kort. Alsnog wel een hele mooie plek, en ook het weer was er echt heel nice voor.

Op de terugweg kon ik geen bushalte bekennen bij de bootzaak dus ben ik maar gaan lopen. Toen ik een bus aan zag komen van achter, en de chauffeur vroeg of we naar het station gingen, heb ik toch nog de helft over kunnen slaan. Om vervolgens te zien dat ik nog een uur mocht wachten op de trein terug. Had net zo goed kunnen lopen dus.


Toen ik weer internet had zag ik dat ik het advies kreeg om in Kotohira uit te stappen om daar naar het schrijnencomplex te gaan. Het station van de prive-operator Kotoden was best fraai, vooral met de grootste traditionele lantaarn van Japan ernaast.




Bij dit schrijnencomplex zelf hoorde ook een hele klim om bij de bovenste schrijn te komen waar ergens een tengu masker te zien in de berg of iets dergelijke. Ik vond de hoofdschrijn al genoeg hoogtemeters. Het was echt een hele mooie schrijn. Ik vond vooral dat verhoogde wandelpad wel vet; daarmee kunnen priesters tussen gebouwen gaan zonder langs het gepeupel te hoeven. Die vlaggen vond ik ook wel mooi; die zie je ook niet vaak. Nou blijkt dat die normaliter er ook niet staan. Er zou namelijk die avond een festival zijn in Kotohira. Nou dat is zeker een reden om terug te gaan. Terwijl ik aan het genieten was van de schrijn/bijkomen van de klim landde er een vlinder op m'n hand. Tot twee keer toe. Ik ben er alleen niet in geslaagd met mijn andere hand een foto te maken.

Weer terug in het dorp had ik in een restaurant udon met shiitake besteld. Dit was weer een banger van een gerecht. Ik heb echt veel te weinig eten met paddenstoelen. Elke keer weer is dat echt lekker.








In de middag ga ik weer terug naar Takamatsu, om wat eten te halen bij een Michelin 3 sterren plek. De 3 sterren waren alleen niet voor een restaurant maar een park. Het park was best mooi, en ook hier was een grote koivijver. De vissen waren alleen nergens te bekennen; ze zaten namelijk allemaal als ratten rond het uitgiftepunt van vissenvoer. Je zou denken dat die beesten niet genoeg eten krijgen met de hoeveelheid geweld waarmee ze ophopen.

Achteraf ben ik nog snel naar een udon keten gegaan om wederom udon te halen, en weer een heel ander gerecht dan de andere udons die ik tot dan toe op had.




En toen werd het tijd om terug te gaan naar Kotohira. Hier heb ik even gekeken bij de markt aan het eind van de processie, maar daana toch gaan kijken bij het begin toen ik hoorde dat de optocht toch een uur eerder begon dan oorspronkelijk aangegeven, op de posters stond immers 21:00.



De optocht begon met traditionele dans, gevolgd door mensen die stokken overgooien. Nou stokken overgooien kan ik ook, dacht ik. Maar toen de stoet niet goed doorliep besloot een van de mensen die die stokken aan het werpen was om aan een paar mensen te laten voelen hoe zwaar dat die stokken waren. Makkelijk 30kg of zelfs meer. Wonderbaarlijk dat ze het niet alleen gooien, maar รผberhaupt omhoog gehouden kregen. Later was er een grotere groep met stokken die een piramide probeerde te maken met de stokken. Een ervan vroeg mij zelfs waar ik vandaan kwam, met Australiรซ als eerste gok. "The Netherlands" kende hij niet, maar op "Oranda" wist hij meteen in het Nederlands "Ah Nederland!" te roepen. Ik viel als blank persoon in Shikoku natuurlijk wel enorm op. Heb bij heel het festival misschien maar twee andere blanken gezien.


Daarna zou nog een religieuze processie zijn, maar dat schoot niet echt op. Rond de tijd dat ik moest gaan voor de laatste trein was er nog niet veel aan de hand, maar ik kon een reisadvies krijgen met een krappe overstap in Tadotsu. Voor de processie die om 22:00 eindelijk op gang kwam waren alle lampen uitgezet, en kwam een hele reeks mensen met lampionnen langs. Ook waren er een paar kinderen uitverkoren om gedragen te worden op een paard of in een palankijn. Ik had mezelf alleen vastgezet aan de verkeerde kant van de processie. Heb uiteindelijk een agent gevragen of ik er tussendoor kon toen de stoet helemaal stil stond om de laatste trein nog te kunnen halen.


De trein had ik met marge gehaald, niet alleen omdat ik harder aan het rennen was dan strict genomen noodzakelijk, maar ook omdat we moesten wachten op de tegentrein. Daar gaat mijn aansluiting dacht ik. Maar blijkt dus, dat in plekken waar de treinen slecht zijn, de aansluitingen op elkaar wachten, en zo ook de trein die ik vanaf Tadotsu moest hebben wachtte netjes op de mijne. Ben ik toch nog bij mijn hotel gekomen.
11 Okt: Takamatsu






Voor mijn laatste dag in Takamatsu had ik niet zo veel plannen, en kon ik een beetje uitslapen, waarna naar het kasteel van Takamatsu ben geweest. Dit kasteel is bijzonder omdat er zout water in de grachten zit, en je kan er ook zoutwater vissen voeren. Het mooiste aan het kasteelbezoek vond ik toch echt de tuinen; van het kasteel zelf waren alleen een paar torens en tuinen over. Er was ook een gebouw waar een evenement gaande was, maar wat weet ik niet.




In de middag wilde ik nog even langs het Shikoku Village openluchtmuseum. Zodoende heb ik de trein genomen in die richting, maar toen ik richting dat museum liep hoorde ik muziek, en op een gegeven moment zag ik een paar mensen achterop een busje staan met drums. Een van de mensen die daar bij stond zag mij en wuifde of ik wilde komen kijken. Zo geschiedde stond ik in een parkeerplaats te kijken naar een dansvoorstelling. Het was best vet om te zien. Met wat google-fu heb ik kunnen achterhalen dat dit te maken had met een festival dat die avond en de avond erop zou zijn. Nou dat festival in Kotohira de dag ervoor was wel echt leuk om bij te zijn dus nog een is zeker niet verkeerd. Op de poster die ik heb kunnen vinden op instagram stond geen tijd, maar als ik rond de avond er zou zijn dan kom ik er vanzelf achter.



Bij het openluchtmuseum is ook een restaurant waar ik een udon noedel bouwpakket heb besteld. Ik wilde wat langer al iets proberen met rauw ei, dus had ik er een ei bij besteld. Alleen het umami van de bonito vlokken was zo sterk dat ik eigenlijk nog niet weet wat dat ei deed voor de smaak. Alsnog erg lekker, al had ik misschien niet het idee dat het smaakprofiel zo rijk was.



Het openluchtmuseum zelf had veel weg van het zuiderzeemuseum in de zin dat ze een hoop gebouwen uit Shikoku op hebben gepakt en op het museumterrein hadden geplaatst. Heel veel tekst was ook in het Engels, maar voor extra info kon je bij bijna alles wel extra info krijgen via de guide op hun website.


Achteraf wilde ik nog even kijken bij de schrijn naast het openluchtmuseum, maar de poort was dicht. De poort alleen al was echter echt prachtig om te zien met die super gedetailleerde houtkerving van een fenix.




Dit was niet de schrijn waar het festival zou zijn, maar dat was wel in de buurt; zo'n 2 straten verderop. Daar was het wel nog veel te vroeg voor, dus ging ik weer terug naar de binnenstad om in de Takamatsu Symbol tower naar het gratis uitzichtpunt te gaan. Aan de ene kant had je uitzicht over de eilanden waar ik ook heen had kunnen gaan, maar wat meer interessant leek voor kinderen, en aan de andere kant had je uitzicht over de stad, vooral het kasteelpark was leuk om zo te zien.



Er zou ook een normaal museum zijn voor de prefectuur, dus ik ben ook daar gaan kijken, maar de enige manier om Engelse informatie te krijgen was om Google Translate te gebruiken op alle bordjes. Daar had ik eigenlijk niet zoveel zin in, dus was ik snel weer buiten.

In de stad ben ik bij een udon keten geweest voor curry-udon. Ik dacht dat het een andere keten was, maar het was een andere tent van dezelfde keten. Blijkt maar hoe goed ik op de namen van plekken let.




De zon was inmiddels onder, dus leek het mij tijd om naar het festival te gaan. Ik dacht; als ik er echt te vroeg ben dan zal ik ze vast en zeker op zien bouwen of iets. Dus ik kom aan bij de schrijn, en het is er relatief stil, geen mooie verlichting, geen tentjes, de parkeerplaats was bijna leeg. Bij het schrijnkantoor stonden wel iets van 10 mannen in pak, maar dat was het dan ook. De schrijn zelf was ook bijna uitgestorven. Niet wat ik verwachtte. Op de trap was ik iemand in pak tegen gekomen die was verdwaald, en hij vroeg waar de rest was, dus ik zei dat die bij het kantoor waren, en vroeg hoe dat zat met het festival. Nou het zou een groots feest zijn met vuurwerk en muziek enzo. Maar wel de dag erop pas. Helaas
12 Okt: Takamatsu - Tokyo
ging ik de dag erop weer terug naar Tokyo, en kon ik dus niet bij het festival zijn.





Op het station zag ik een andere gemiste kans; ik had niet door dat de Sunrise Express, een van de weinige slaaptreinen van Japan, tussen Takamatsu en Tokyo ging. Ik had anders gerust een nachtje met de slaaptrein willen gaan. Maar helaas moest ik het doen met de dagtreinen. Nu kon ik wel genieten van het uitzicht, zowel bij de brug over de Seto binnenzee, en later kon ik ook Fuji zien, precies geframed tussen de wolken.

Als ontbijt had ik weer paling gefixt voor in de Shinkansen. Eenmaal aangekomen in Tokyo zou ik nog een paar nachten in Ikebukuro verblijven en de laatste paar dagen met een vriend van me reizen die uit Korea is overgevlogen.


Maar mijn pad van het station naar mijn hotel was lichtelijk geblokkeerd door een dansfestival; de straten waren afgezet om een paar dozijn aan groepen dansoptredens te laten doen, met grote vlaggen, kleurrijke outfits, en muziek die ik zou beschrijven als een fusie tussen moderne popmuziek en traditionelere muziek.

Het begon laat te worden, dus was het tijd om even onze bagage af te gooien, en vervolgens lunch te gaan halen, om 17:45. Een rijstkom met wat toppings, en een rauw ei. Het deed meer voor de textuur dan de smaak. Doe mij de volgende keer maar gewoon een gekookt, gebakken of gepocheerd eitje.




Toen we vervolgens zo'n half uur voor sluit aankwamen bij een modeltreinenshowroom die ik wilde bezoeken en werden weggestuurd omdat ze "gesloten" waren, zijn we nog even langs Senso-Ji geweest, omdat die vriend van mij daar nog niet was geweest, en ik geen betere ideeรซn had. In het donker was het wel een stuk rustiger. Toen we achteraf weer terug gingen zijn we perongeluk in de meest sfeervolle gang terecht gekomen van de Tokyo Metro. Hier had ik van gehoord, maar we zijn gewoon maar ergens naar beneden gegaan, zonder echt een plan.

Na nog wat browsen in een tweedehandswinkel en het bezoeken van wat arcades, hebben we nog wat gegeten in een ramentent. Toen we waren uitgespeeld zijn we na middernacht gaan slapen, en zodoende begon de dag erop ook later.
13 Okt: Odaiba

Voor ontbijt/lunch zijn we eerst langs Sushiro gegaan; dit was een van de dingen die ik nog wilde doen voor ik weer terug ging naar Nederland. Omdat het een stuk drukker was dan toen ik de eerste dag was gegaan was er alleen wel een tijdslimiet, maar dit was ruim genoeg om goed te eten.


Ik had zelf niet veel ideeรซn meer voor dingen in Tokyo zelf, maar ik had nog รฉรฉn ding kunnen vinden dat misschien interessant zou zijn. In Odaiba was namelijk een miniatuurpark, een soort Miniatur Wunderland maar dan in Japan dacht ik. Maar niets was minder waar. Er waren echt maar heel weinig dingen die echt bewogen, en de meeste dingen die wรฉl bewogen moest je zelf bedienen met een knop. Er was best veel modelsspoor, maar er reden weinig tot geen treinen. Echt jammer.


Achteraf zijn we maar naar een Kato dealer gegaan in een buitenwijk van Tokyo; die vriend van me wilde namelijk wat dingen kopen als cadeau voor z'n broer. Bij de dealer zelf was een grote modelspoor opstelling. Kleiner dan dat minitatuurpark, maar 100x beter; omdat hier constant treintjes rond reden. Verder waren de landschappen hier ook gewoon mooier.


Die vriend van me kreeg als advies van de vrouw van zijn neef om naar Village Vanguard te gaan in Shimo-Kitazawa; de hipsterwijk van Tokyo. Dit was niet heel ver van de Kato dealer, dus zijn we hier naar een restaurant gegaan om burgers te eten. Echt lekkere burgers, mocht ook voor die prijs, maar niet heel bijzonder. Bleek dat hier in de communicatie iets fout ging. Village Vanguard is namelijk รณรณk de naam van een prullariawinkel, net als Don Quijote. Hier kwamen we pas achter toen we allebei weer uit Japan weg waren.


Na ons diner zijn we weer naar Ikebukuro gegaan om hier een kroeg in te duiken. Online vonden we een bar met een dinosaurusthema als enige aanbeveling die niet "ga naar een andere wijk" was. Eenmaal aangekomen zagen we dat het €7 per biertje was, dus gingen we snel op zoek naar een andere plek om te gaan drinken. In al mijn haast had ik echter mijn pet laten liggen. Maar daar kwam ik een paar uur later pas achter.

Ik wilde ook nog karaoke zingen in Tokyo, en een paar straten verderop was een plek met all you can drink voor een stuk minder geld, en nog gratis karaoke erbij. Het was echt lachen om te zien hoeveel popmuziek ik niet helemaal uit mijn hoofd kende, maar na 4 bier merk je dat toch niet meer.
14 Okt: Nikko


We waren echt nog tot laat doorgegaan in de karaokebar, dus om een beetje bij te komen werd het pas na 11en dat we vertrokken richting een schrijnencomplex dat me echt heel mooi leek; die in Nikko. Helaas had JR het van zich laten weten, en hadden we meteen aan het begin van de dag al een half uur vertraging, wat het nog later maakte. Onderweg naar Nikko hebben we in Utsunomiya gegeten in een gyoza restaurant. Ook dit was echt lekker.


Dat we zo laat waren vertrokken was wel een beetje een probleem, bleek wat later. Dit besefte ik met name toen we in Nikko nog bijna een half uur moesten wachten op de bus naar het schrijnencomplex, en we dus pas om 15:30 er zouden zijn, en het complex om 16:00 al zou sluiten, terwijl ik uit ging van 16:30 of zelfs 17:00. Dan hebben we niet veel tijd om rond te kijken, dacht ik dus. Veel later bleek dat dat alleen de openingstijden van de ingang zijn, en niet het schrijnencomplex zelf.
Een ander probleem was het weer. Het is heel mijn vakantie niet kouder geweest dan 24 graden, dus liep ik gewoon rond in een t-shirtje. Mijn overhemd รฉn mijn jas had ik laten liggen in mijn hotelkamer, want ja, die heb ik toch niet nodig. Bleek dus dat het in Nikko toch echt 10 graden kouder was, en 14 graden in een t-shirtje, niet bepaald prettig. Het scheelde wel dat ik in ieder geval een goede paraplu had.






Toen het was gelukt om voor sluitingstijd bij Nikko Toshogu te komen konden we toch genieten van misschien het mooiste schrijnencomplex van heel Japan. Het hele complex was bedekt in goud, houtkervingen en schilderingen. Zo kleurrijk en vormrijk was geen enkele schrijn in Japan. Zeker duizenden mensen, dieren, draken en planten gekerft in hout, allemaal kleurrijk geverft. Misschien beter dat ik hier aan het eind van mijn vakantie was geweest en niet meteen in het begin, want dit is niet makkelijk te toppen. Het was ondanks de regen en het late tijdstip niet super rustig, dus ik wil niet weten hoe druk het is midden op de dag als het niet regent, en toch denk ik dat je slechtere keuzes kan maken dan naar Nikko gaan.



Buiten het schrijencomplex was ook nog een Buddhistisch tempelcomplex en andere dingen die zeker niet verkeerd op het oog vielen, al heb ik van het tempelcomplex zelf geen foto's.


We hebben bij terugkomst bij het station gekozen om bij te betalen voor de snellere trein van Tobu. Het zou een half uur sneller zijn dan JR, en je zit 2 uur lang in een comfortabelere trein, in plaats van dat je meerdere overstappen hebt in metroachtige treinen.




Eenmaal terug in Tokyo ben ik eerst naar die dinobar geweest, waar ze heel snel mijn pet terug hadden getoverd, gevolgd door mijn hotelkamer om een overhemd aan te doen, want het was ook in Tokyo aan de frisse kant. Daarna zijn we naar een whisky en yakitori restaurant geweest. Yakitori is zeker lekker, maar wat deze plek speciaal maakt was de barman. We zijn allebei niet van de whisky, dus ik had een chuuhai besteld. Toen die vriend van me daarna hetzelfde bestelde kreeg hij van de barman te horen dat hij een echt drankje moest bestellen, en dat hij hier niet aan ging beginnen. Meerendeel van de avond hebben we toen aan whisky gezeten die dan in een vat met fruit heeft kunnen trekken. Hierdoor smaakte het meer naar fruit dan whisky, tot we de stukjes fruit in het glas aten. Daar was al die smerige whiskysmaak namelijk ingetrokken.
15 Okt: Omiya


De laatste dag is aangebroken, en de reis ging naar Omiya, waar JR East een spoorwegmuseum heeft. Maar voordat het tijd is voor het museum, eerst nog even lunchen bij een Okinomiyaki restaurant.




Hetgeen dat het museum bijzonder maakt boven andere spoorwegmusea is met name dat er veel machinist-experiences mogelijk zijn. Je hebt buiten minitreintjes die je zelf mag besturen. Je hebt een heuze simulator, en in de hal staat een onderstel met werkend bedieningspaneel om te kunnen zien hoe dat werkt. Volgensmij heeft JR East machinisten nodig.

Wat ik zelf heel leuk vond was dat in het station van het spoorwegmuseum een arcade cabinet staat van Densha de Go, iets dat ik heb geprobeerd te vinden in Tokyo, maar wat me niet is gelukt. Dit was een veel beter goed doel geweest dan alle andere dingen waar ik mijn zuurverdiende geld in heb gestopt, zoals crane of rhythm games.


Die vriend van mij vond tweedehandswinkels leuk om te bezoeken, en zodoende zijn we naar niet zomaar een Bookoff, maar de Bookoff Super Bazaar in Omiya. Ik heb uiteindelijk maar een of twee GBA cartridges gevonden die ik het waard vond om te kopen. Bijzonderder is dat deze bookoff, evenals het spoorwegmuseum aan een gadgetbahn liggen.


Achteraf moest die vriend van me nog even vergaderen, en dus ben ik weer in Ikebukuro naar arcades gegaan, waar ik niets van waarde heb gevonden. Maar toen hij aansloot was het ons ineens gelukt om een Densha de Go automaat te vinden, in een arcade waar ik eerder was geweest. Ook die verdieping heb ik al eens gekeken, maar die grijze doos zal niet op hebben gevallen. We hebben hier zeker tot sluitingstijd nog gezeten, waarna we door het personeel buiten werden gebonjourd.
16 Okt: Vertrek




Na 3 weken was het alweer tijd om naar huis te gaan. Met m'n JR pass kwam ik 1 dag te kort, dus was het een kleine moeite om met Keisei naar Narita te gaan in plaats van JR. Als laatste maaltijd heb ik wederom paling geregeld. Dit blijft gewoon zo ontzettend lekker.



In verband met de ontstane situatie, en de jet-stream, ging de heenreis onder langs Rusland, en de terugreis over Groenland, kort na lokale zonsopkomst. Dat levert de nodige prachtige beelden op. Omdat ik 's-ochtends in Japan zou landen op de heenreis heb ik toen in het vliegtuig geslapen. Omdat ik op de terugreis 's-avonds laat in Nederland zou landen heb ik besloten maar gewoon 13 uur aan een stuk films te kijken. Helaas kwam ik er in dit deel van de reis achter dat de zijkanten van de hoofdsteun omhoog konden, wat tijdens het slapen heel fijn was geweest om te weten.
Al met al was 3 weken een goeie lengte voor een reis. Ik heb er ook niet per se spijt van dat ik in mijn eentje ben gegaan, en misschien dat zo een paar dagen met iemand reizen wel een ideale mix is. Mijn rustdagen systeem werkte best prima, en het belangrijkste; ik weet nu wat dit kost. 3 weken solo in hotels met een rechtstreekse vlucht was €4200. Dan weet ik dat ik zo'n €5000 aan spaargeld moet hebben voor de volgende keer. Het land van extremen; perfecte natuur en dichte steden, schrijnen en all you can drink, en het belangrijkst van alles; paling.
Bring me the fuck back.
Reacties
Een reactie posten